Duikforum Duikforum Reizen Scapa : the story

  • Creator
    Discussie
  • #141352

    SVp
    Participant

    Allee vooruit, let’s do this.

    Het idee
    ======
    Ik liep al sinds september 2002 rond met wreed veel goesting om eens naar Scapa Flow te trekken, want dat leek me daar een geweldig graaf plekske om in ’t water te springen. Maar een snelle berekening van mijn reisburomadam leerde me dat dat een flinke expeditie is die ook knap wat poen kost en via diverse vliegtuigen, treinen, ferries, etc. zou moeten verlopen.
    In de late helft van 2005 komt dit onderwerp terug te berde op ons teergeliefde forum, en na wat over en weer geschrijf, post er op 16 september ene GARFIELD :
    “Ben er al mee bezig , Zuid England , Zuid Noorwegen of Scapa Flow , als je interesse hebt mail me maar , zou volgend jaar in zomerperiode zijn”
    Bij nazicht bleek deze GARFIELD geen eigenwijze rosse kat te zijn (gelukkig, dat mailt makkelijker) maar een NELOS 2*I, bij geboorte in het bevolkingsregister opgetekend als Ronald Struyf. ( http://www.fourcault.be/stryff.jpg ).
    En ge kent mij hé : ik kruip direct in de pen en neem contact om es te horen naar wat en hoe. Op dat moment was er nog niks concreets, maar was er toch de afspraak om terug in contact te komen als het plan rijp was.
    Als fraai kerstkado krijg ik op 26 december dan ook een mailtje met de aankondiging van deze trip.
    Na rijp beraad – ik was enigszins bang voor korte duiktijden en weinig duiken want ge kent dat hé, die NELOS hooggesterden met hun anale fixaties op het duikreglement 🙂 🙂 – heb ik me op 7 februari ook ingeschreven en de vereiste 850 euro in 2 brokjes opgehoest.

    De boot
    ======
    Nu is het zo dat het tochtje van Antwerpen naar de Orkney eilanden iets van een 5 à 600 mijl lang is, en dat dat ook nog eens verloopt langs de Noordzee, een van de nukkigste waters die je op onze aardkloot blijkt tegen te komen. Al met al een spurtje dat je niet met een groot formaat kano wil uitvoeren, maar toch liever met een klein formaat oorlogsschip.

    Intro Pim de Rhoodes.
    Nederlander van geboorte, meer en meer Belg van overtuiging, sinds 1992 eigenaar van Café d’ Anvers in Antwerpen en van megadanstempel The Zone in Amsterdam (capaciteit 5000 man ), hubby van Angel, ongelofelijk werkbeest, gearriveerd “and then some” en toch all-round nice guy.
    Een persoonlijkheid die je ogenblikkelijk inpakt ! Mét feestelijk strikje.
    ( http://krant.telegraaf.nl/krant/archief/20001117/index.html , artikel “disco Amsterdam” )

    Het toeval wil nu dat deze knaap een paar jaar geleden het zoeken van schatten en exploreren van onbekende wrakken als hobby adopteert, en het niet echt ziet zitten om dat vanuit een drijvende badkuip te doen.
    Hij kijkt dan ook even rond en vindt in 2000 iets wat hij zelf met twinkelende oogjes omschrijft als “een leuk bootje”: iets meer dan 55 m lang, bijna 9 m breed, een diepgang van bijna 4 m en een maximum snelheid van 12 knopen !
    Het is de roestige “Cdt. Fourcault” van bouwjaar 1968. De “kotsbak” waarop bijna elke huidige Belgische scheepskapitein zijn opleiding kreeg en daar met afgrijzen aan terugdenkt, en die op het moment van aankoop al 8 jaar ongebruikt ligt te dobberen in Oostende krijgt een nieuwe eigenaar !
    ( http://www.portofoostende.be/news/detail2.asp?idnr=19 )

    Wie Pim zelfs maar een héél klein beetje kent weet dat hij beslist niet iemand is die van een halve aanpak wil horen.
    Het schip gaat dan ook meteen op droogdok, en niet voor eventjes. Hij verzamelt een paar geschikte mensen rond zich, en er word titanenwerk verzet. De stabiliteit wordt drastisch verbeterd door verplaatsing van het zwaartepunt richting kiel, alles, maar dan ook alles wordt grondig opgepoetst en opgeblonken, tonnen verf worden uitgespoten en opengerold, er wordt in het leefgedeelte een ronduit schitterend en luxueus interieur opgebouwd, alle communicatie en navigatie wordt vervangen door state-of-the-art spullen en het schip wordt écht volgestouwd met alle modernste apparatuur die je kan bedenken.

    Of het daar iets mag kosten ? Ja, nogal …
    Ik doe uit het blote hoofd even een onvolledig lijstje in willekeurige volgorde :
    een twin engine race speedboot met 4 leuke kuipzetels die afklokt op goed 120 km/u en alles vast aan boord heeft (radio, GPS, etc., weet ik veel, misschien zelfs een minibar :), twee flinke zodiacs met woeste single engines, 2 hydraulische hijskranen die elk 3 ton liften, sidescan sonar, onderwaterrobot met camera, zuurstofbooster, een paar Inspiration gebaseerde duikuitrustingen waar je na een half uur nog niet op uitgekeken bent, een goed uitgeruste werkplaats voor herstelling van duikstuff allerhande, een beest van een jetski, een zware compressor, een mega zoetwatermaker, een A0 formaat kleurplotter (a ja, voor de sonarplotjes vaneigens), computers à la volonté (ik heb geprobeerd maar heb gefaald, hij is Mac adept geworden, jank, snotter), een knoert van een plasmaTV, een super surround audiosysteem van Bose, een zaaaaalige massagezetel, een deftige barbecue, een DVD collectie om U tegen te zeggen, fly-by-wire besturing, digitale hoge resolutie spiegelreflexcam’s met een hele batterij optiekjes, videoprojectiesystemen, en zo kan ik nog wel even verder.
    You name it, they have it !
    ( http://www.hetvolk.be/Article/Detail.aspx?articleID=dexf08112001_048 )
    ( http://www.fourcault.be )

    Angel, de boss-woman met dansroots, met een klaterende smile van oor tot oor : “Het is een waanzinnig uit de hand gelopen hobby”.

    Zo’n schip is natuurlijk fijn, maar het wordt nog een heel stuk fijner als je er een hoop volk op zet en er wat mee gaat varen.
    Naar Scapa Flow bijvoorbeeld …

    De reis
    ======
    Wij, de chosen few, werden vriendelijk verzocht ons fris en monter aan te bieden aan het Kattendijkdok op vrijdagavond, 11 augustus, tegen ten allerlaatste 19 uur.
    Wat ik na ellenlange files op de ring en de kaai maar héél nipt haal !
    Snel de spullen aan boord gebracht en het kettinkje ging achter mijn bevallige derrière dicht.
    Er was, waarschijnlijk wegens mijn laattijdigheid, geen opvang, en ik wist niet wat waar was. Maar gelukkig was luitenant Fiekes daar om alles te regelen en mij te wijzen waar wat hoorde. Al snel bleek dat ik HOPEN teveel spullen bij me had en ik heb mijn kamergenootjes dan ook een hele week verblijd met smalle doorgangen en struikelachtige gangpaden. Waarvoor uitgestelde excuses.

    Ik maakte nog snel even mijn duiksetje klaar en plaatse dat op het daarvoor voorziene rek aan de bakboordkant van de schouw. Het is een goed systeem met een dubbele buis onderaan, bovenaan stevige elastieken voor vastklamping in rustig water en brede sangels voor bij zwaarder weer. De hoogte is ook heel aangenaam zodat je je set kan aan- en uitdoen met een absoluut minimum aan inspanning.
    Mijn 5 mm pakje zonder kap zorgde op dat moment nog niet voor consternatie en kreeg samen met zijn 7 mm broertje een plaatsje aan het pakkenrek onder de grote speedboot.
    Een wandrek met vakjes voor kleine spullen zou handig geweest zijn, maar mijn vinnen, computer, wanten, duikbril, sokken en botten pasten evengoed samen op 1 kapstok. En daar vond ik een beschut plekje voor naast de inkomdeur : droog en wegvlieg-proof.

    Intussen waren we al van de kade weggevaren en waren we de bruggen en sassen richting Westerschelde al aan het passeren. Toch wel eens indrukwekkend om dat allemaal te zien en heel leuk om de communicaties tussen sas-/brugmeesters en onze brug te kunnen volgen.
    Pim stuurt het enorme schip met grote souplesse overal doorheen en onze doortocht van het Westerscheldekanaal richting Vlissingen kan beginnen.

    Nadat we een lekker kommetje spaghetti (of 2) hebben binnengewerkt en het zonnetje al lang gaan slapen is, gaan we voorbij Vlissingen de bocht om en wordt er een koers geplot in rechte lijn naar de Orkney eilanden : iets van een 335°. De scheepsdiesels gaan naar 500 rpm en we zijn er mee weg.

    Eens we goed in open zee zijn wordt het wiebelig en het staat er niet op te verbeteren.
    Een paar uur later zitten we flink in de shit en in de loop van zaterdag blijft het kludde : de wind blijft razen aan 8 beaufort met pieken tot 9, en de golven worden op een bepaald moment tot een meter of 6 hoog. Heb ik van horen zeggen.
    Heel regelmatig hoor ik her en der in het schip vanalles kletterend neervallen en omtuimelen. Ik moet mijn hielen soms een beetje strategisch in de matras hakken om niet uit m’n bed gekieperd te worden. We hebben wel een beetje geluk met een ongeluk : het schip stampt als gek, maar het rolt maar heel zelden. De golven zitten in de goede richting en de stabilisatiewerken hebben duidelijk hun nut gehad !

    Pappie blijft in bedje, want pappie z’n buikje heeft het op dit soort weer niet echt begrepen.
    En wanneer pappie dan voor een noodzakelijke plasactiviteit heel het schip door moet, komt hij uitzonderlijk weinig volk tegen.
    Ik ben niet dikwijls komen kijken, maar de hele zaterdag en de hele zondag denk ik dat er ongeveer 1 op 5 mensen niet in hun bed lagen. Op het piekmoment zaten er 7 mensen boven, waarvan dan nog een paar met een twijfelachtig kleurtje.
    Een Mechelse brandweerofficier lag op de grond in zijn kamer en wou liefst van al doodgaan, en snel wat. Er liep een vrouw rond die je op de achtergrond van de gebroken witte muur bijna niet kon zien wegens het minimale kleurverschil tussen beiden. Er werd gekotst dat het een aard had, en zelfs een stel crewmembers lagen noodgedwongen in hun kajuit stilletjes te sterven.
    Zelf ga ik veel op safari, en ik ben altijd blij met mijn flinke zeebenen, maar ook ik heb mezelf het plastic zakje meermaals moeten voorhouden.

    Er was gepland om tijdens de heen- en de terugreis ons kostuumpje nat te maken op de Noordzee, maar daar kon met dit weer natuurlijk totaal geen sprake van zijn.

    De kok blijkt een taaie en blijft voor een strikt minimaal publiek presteren. Volgens mij vroeg die zich toch wel af “zal ik het opdienen zodat ze het even kunnen opeten, of zou ik hun het werk besparen en het ineens in de zee zwieren”. 🙂

    Maar na twee volle dagen (en een stukske) bereikten we Scapa en stelden we tot onze collectieve vreugde vast dat de zee daar als een spiegeltje lag. Zacht briesje. Rimpeltje hier, rimpeltje daar. Buiten een aangename herfstkoelte, een grijze lucht, zwanger van regen maar nog niet bevallensklaar.
    De eerste maaltijd was druk bezocht en langdurig. Na ruim 2 dagen vasten wil dat nogal smaken …

    Maar er is vooral goed nieuws dat deze maandag door de boot gonst : om 15 uur mogen we er in ! Yes ! Na goed 68 uur dobberen, nu eindelijk duiken ! Yippie ! Dolletjes !

    Wie niet wil duiken wordt geacht zijn naam op de duiklijst te schrappen, maar er wordt enkel geschrapt door 1 iemand die zich nog niet 100% voelt na de … euh … bewogen reis.
    Wie een voorkeur heeft voor een bepaalde buddy kan zijn nummer achter zijn buddy’s naam schrijven en vice versa. Wie niets vermeldt komt in de pool waaruit goede buddyteams worden samengesteld door organisator Ronald.

    We bevinden ons naast het eiland Cava en ons zware anker ligt dicht bij het slagschip Karlsruhe. We krijgen een uitgebreide briefing waar de procedures voor deze trip worden uitgelegd. De wrakken hier in Scapa Flow hoeven niet gedregd te worden. Op elk van de wrakken ligt een set boeien die vastgemaakt zijn aan het wrak. We zullen langs deze lijn in buddyteams dalen en vanaf het vasthechtingspunt onze duik starten. Stijgen doen we in het blauw, gebruik makend van de OSB. 1 OSB duidt aan dat je aan je trappen begonnen bent, meerdere OSB’s op een bepaalde plaats wil zeggen dat er problemen zijn en krijgen pickup prioriteit.

    Op de Cdt. Fourcault is het gebruikelijk om zo bij de boei te komen :
    Je wipt met een rechte sprong overboord en flikkert een meter of 3 lager het water in.
    Er komt een RIB naast je gevaren die achter zijn motor is voorzien van een brede surfplank van ongeveer 1 bij 1,5 meter, stevig aan de boot vastgemaakt met een metalen frame. Je pakt een stel handvatten van de plank vast die rondomrond staan gemonteerd en je hijst jezelf in 3-4 hopjes tot aan je knieën op die plank. Het klinkt veel moeilijker dan het is. Ik ben +160 kilo en ben ongeveer zo lenig als een koevoet, en ik kan er makkelijk op komen. Dus jij zéker !
    Eens je lekker ligt trekt die boot op brengt je met een totaal ongelofelijk spectaculaire rotvaart tot bij de boei. Maar het is een verrassend comfortabele rit : je hoeft je niet eens vast te houden. Achter die boot ligt het water altijd perfect glad en je glijdt er zo overheen ! Je ligt vlak achter de motor, dus wel even uitkijken voor de uitlaatgassen : de ontspanner moet in je mond en je bril wil je ook wel graag op doen.
    Wanneer de boot tot stilstand komt maak je een half rolletje opzij en plons je zo het water in naast de boei. De boot vaart weg en pikt je buddy op voor hetzelfde scenario.

    Om terug te komen is het zo mogelijk NOG leuker !
    Eerst krijg je nog eenzelfde ritje op de plank en je rolt er weer af wanneer je bij de boeg van het schip bent. Naast het schip hangt er, hangend vanaf een flinke kraan en anderhalve meter ondergedompeld, een grote open kooi op je te wachten. Je laat de stroming je tot bij de kooi meepakken, grijpt in het passeren een van de stijlen van de kooi en zet je vinnen stevig op de vloer. Eens er tot 4 mensen in de kooi staan (of jij met je buddy) wordt de kooi soepel weer aan boord gehesen en land je zachtjes op het dek. PURE LUXE !

    Omdat we met zovelen waren zou deze methode echter te lang duren en werden we steeds met 2 buddyteams tegelijk verzet.
    Bij het vertrek springt er 1 duiker over de kant en gaat achteraan op de plank, terwijl de 3 andere duikers met de kooi naast de zodiac worden gehangen, om van daaruit in de zodiac te stappen. Ze gaan dan op traditionele zodiac-manier overboord eens ze bij de boei zijn.
    Om terug te keren worden de zodiac-zitters met huid en haar en in volledige uitrusting aan boord gesleurd door de potige zodiac-bestuurders, om er weer uit te duikelen bij de boeg van de Cdt.F.

    Voor de eerste duik op de Karlsruhe, de +5000 ton kruiser, ben ik gebuddied met Fiekes. En EINDELIJK, om 15:18 uur duikelen we de verlossende diepte in. We gaan voorzichtig langs de lijn naar beneden en komen na 3 minuten terecht in 28 meter water. Na 24 minuten op diepte vindt onze computer dat de nultijd helemaal op is en stuurt ons zonder trapverplichtingen naar boven, net zoals Fiekes had gevraagd voor haar eerste duikje daar. Jammer van die 90 bar die in mijn fles nog zit te roepen : “zuig me leeg, zuig me helemaal oooop”.

    De Karlsruhe is “een van de kleintjes” en we hebben de volle 150 meter lengte van het schip nog bijlange na niet gezien ! We realiseren ons meteen allemaal dat élk van de wrakken hier op zijn allerminst 10 duiken nodig hebben, alleen nog maar om de omvang te kunnen inschatten, laat staan dat we dan al naar details zouden kunnen kijken. Maar het zal snel moeten : we hebben maar 4 dagen voor 8 duiken, en het ligt daar helemaal vol met wrakken !

    Over de wrakken op Scapa Flow kan ik kort zijn : het zijn allemaal enorme hopen roestig ijzer, weliswaar prachtig begroeid met anemonen en ontzettende hoeveelheden dodemansduim, en waar met enige goede wil nog prima een zeemachtschip in te herkennen valt. Alle schepen zijn niet alleen slachtoffer geworden van hun neerwaartse ritje in 1918, maar ook -en vooral- van de bergingspogingen die in de volgende jaren werden ondernomen. Die bergingsfirma’s zijn er echt wel met de botte bijl in gevlogen ! En nadat de oudijzermannen geen interesse meer hadden, zijn de koperverzamelaars aan de slag gegaan. En daar nog eens na de patrijspoort- en souvenirjagers. En dan pas wij.

    Dat klinkt nogal negatief, maar wacht !
    Wat daar beneden ligt zijn van de meest enorme en complexe constructie die de mens ooit maakte en die wij mogen gaan verkennen. In onze hoofdjes verdwijnt het roest en plopt het staal weer op zijn plaats. Een vloot herrijst.
    Als twee nietige stipjes zeilen we in 3 dimensies over, rond en door de stalen kolos.
    Het heldere, ietwat groenige water maakt een sprookjesachtige, mysterieuze sfeer en herbergt in de verte een glimp van de volgende geschutstoren. Ik herken de typische reling van een brug, tuimel over de rand en zie de schuine raampjes opdoemen. Met gespreide armen draai ik in een spiraal naar beneden om met een lange boog over een zonnester te schuiven. Om dan uitbollend met mijn bek in het zand te gaan. Ik LEEF !

    Ik sta terug op het dek van de Cdt.F en neem een lekker warme douche. Een korte, want het water staat enigszins op rantsoen en ik wil niet bij de kliek hufters horen voor wie alleen de woorden “ik” en “mijn” belangrijk zijn. Het geluid van de zoetwatermaker blijkt sommigen ’s nachts te storen en hij wordt dan ook uitgezet. Reden te meer om wat te besparen.

    Ik duik in water tot 12°C zonder kap, en nadat ik boven kom vragen nogal wat mensen me of ik knettergek of gewoon gek ben. Maar nee, ik ben gewoon goed geïsoleerd, da’s al. Ik heb er pret in om er ook nog eens duidelijk bij te zeggen dat mijn kostuumke ook maar 5 mm dik is tegenover die 14 mm die zij op hun lijf plakken hebben. Verder op de week voel ik mijn temperatuurcomfort wel verminderen. De stikstof begint dan zijn werk te doen en mijn inwendig kacheltje te ontregelen. Maar niets vreselijkers dan een beklemmende kap om een duik in perfecte vrijheid te verprutsen, dus ik val liever dood dan op te geven. Nah.

    Werner, dekok, heeft wat heerlijks staan pruttelen en iedereen is blij. Ik ga voor het eten nog even wisselen van fles, want straks komt er een nachtduik !
    We verleggen ons een beetje naar het zuidwesten en parkeren de boot dichtbij het eiland Rysa Little. Na een heerlijke maaltijd (wat stom van me om het menu niet te noteren, ik vergeet echt alles) en een beetje suffen huppelen we rond een uur of 10 vrolijk met z’n allen naar het duikdek. We maken ons klaar voor een nachtduik op de V.83.
    Dit schip is er eentje van de velen die naar de kant gesleept zijn voor ze goed en wel konden zinken. De restanten van dit wrak liggen dan ook allemaal tussen 4 en 14 meter diep.
    Onze gemiddelde duikdiepte is slechts 8,5 meter. Fie en ik amuseren ons als klein kinderen in een bollenwinkel. Op het wrak zelf blijken de mensen die voor ons te water gingen te beschikken over turbovinnen die in stand “zo veel mogelijk opwoelen” geschakeld stonden.
    We draaien dan ook snel weg van het wrak en schuimen uitgebreid de oever van de baai af en overvliegen het wrak wanneer de meeste stofmakers wat anders gaan doen zijn. ’t Was erg …
    Na ruim een uur peddelen beginnen we de charmes van bedtijd te overdenken en gaan we moe maar voldaan weer naar de boot. Het was een leuke 900ste duik !
    We hadden toen nog niet door dat we volledig legaal -en zelfs gewenst- kreeft mee mochten nemen. Tedjutoch !! Dat zou me niet meer overkomen !
    Vandaag een decompressie-loze dag. Dat moet morgen beter.

    De nacht van maandag 14/8 op dinsdag 15/8 is lang en rustig.
    Lekker, weer kunnen slapen zonder wiebelen.

    Kuuuukelekuuuuu ! Het is dinsdag.
    Opstaan voor een dag van grote verwarring, maar eerst ontbijten vaneigens.
    Muizenstrontjes leek me wel wat. Had ik de ervaringen van die dag kunnen voorspellen, dan had ik smeerpaté gekozen.

    We lezen op het bord dat er te verzamelen is rond 12 uur, want de Kronprinz Wilhelm moet er deze middag aan geloven.
    De duikdiepte wordt via onze literatuur geschat op 35 meter. Ik wil op die diepte 1,5 bar ppO2 hebben en becijfer dat ik dan een nitrox 33 kan hebben. Ik denk, laat ik maar wat veiligheidsmarge pakken en beslis een 32% te brouwen. De vulling gaat snel en na afkoeling laat ik nog eens goed aftoppen. Met zo’n volle fles blijkt er na analyse slechts 31% in te zitten, dus dat geeft me nog wat extra marge en ik ben blij.
    Voor de goeie gang van zaken kijk ik de cijfertjes nog eens na en zie dat mijn maximale diepte nu al bijna 39 meter mag zijn.

    De boot gaat voor anker in de buurt van de grote wrakken en de plaats van de boei wordt gepeild. Ze blijkt op onze bakboordkant te liggen. Ze wordt aangewezen aan de zodiacmensen en de zodiac wordt te water gelaten.
    Ik sta samen met Stijn “stach” Vandenbussche op het briefingblad en we maken ons klaar.
    Hij met zijn enorme 24 liter op zijn bult, en ik met mijn onnozel 15 literke (bedankt Toontje !).
    Terwijl we staan te wachten op onze beurt ontstaat er enige consternatie omdat de eerste ploeg al terug boven is, maar de reden ontgaat ons feitelijk een beetje omdat wij aan de beurt zijn.
    We worden aan de boei gedropt en gaan onder.
    Op een diepte van 12 meter komen we een groepje van 3 mensen tegen die aan stijgsnelheid omhoog komen langs het touw. De twee buitenste figuren houden de middenste vast bij de ellebogen. Er wordt niet veel bewogen. Hier was duidelijk wat mis ! Een korte vraag leert me dat ze de situatie onder controle hebben, en we zetten onze daling verder.
    Er is wel een beetje stroming.
    Op 25 meter diepte priemt mijn krachtige lamp wel 10 meter dieper het lichtgroene water in, maar ik zie nog geen bodem. En ook nog geen wrak. Ik weet dat de wrakken op Scapa doorgaans 15 tot 20 meter hoog boven de bodem uitsteken, en maak me de bedenking dat we feitelijk al lang op het wrak zouden moeten aangekomen zijn. Ik begin me wat zorgen te maken over de nitrox die ik op mijn rug heb hangen, en begin me stilaan af te vragen hoever ik er mee wil gaan. Ga ik afblazen wanneer ik op de berekende 39 meter kom, of ga ik het een ietsepietsie oprekken tot we het wrak hebben ? Het is niet koud, er komt geen arbeid aan te pas …We dalen verder. Het water wordt wat minder helder en wat stoffig.
    Op 40 meter zit ik steeds afwisselend naar mijn computer en naar mijn buddy te kijken, want ik weet dat die ook nitrox bij heeft, maar ik weet niet welk percentage hij mee heeft. Shit, da’s niet zo fijn gebrieft en dat moet morgen beter !
    Ik kom op 42 meter, bedenk dat het nu welletjes is qua zuurstofdruk en neem het besluit om de duik af te breken. (Net als de eerste ploeg voor ons al had gedaan horen we later.) Ik draai me om om Stijn met gekruiste armen te melden dat het afgelopen is, maar plots voel ik met de punt van mijn rechtervin iets hards. De zandbodem ! Er liggen op die plek nergens schelpen dus ik kon van ver niet zien dat het daar bodem was. De daallijn lag niet vast op de bovenkant maar wel aan een uitstekend stuk onderaan het wrak. Ook al ongebruikelijk. Omdat de stroming ons wat van het wrak wegduwde en het nogal stoffig was snapten we dat we het wrak ook niet hadden kunnen zien bij het afdalen. Ik breng mijn computer even tot tegen het zand en lees 43,3 meter af.
    Dit kan onmogelijk de Kronprinz Wilhelm zijn !
    Maar nu we het wrak hebben stijgen we meteen een beetje tot midschips op 39 meter. We zijn nu 6 minuten in onze duik en beginnen onze exploratie. We gaan gradueel omhoog bij het overzwemmen van deze kolos en in de 27ste minuut van onze duik komen we op het hoogste punt in dat gebied : 26 meter.
    De computer had voor ons dan al 1 minuut op 6 meter en 18 minuten op 3 meter in petto, dus het was welletjes geweest. Straks zullen we een duiktijd van 55 minuten inschrijven.

    Intussen lig je natuurlijk wel te denken : wat zou er met die mannen aan het begin van de duik aan de hand geweest zijn ? Wie was dat ? Wat is er gebeurd ? Is hij OK ? Zal hij nog mogen duiken deze week ?
    Wanneer we aan boord komen krijgen we het verhaal.
    Lars Putteneers, een 1*I komt om nog altijd onduidelijke reden in problemen. Zijn profiel toont een afdaling van 2,5 minuten tot 39 meter, met kort daarna een stijging tot 30 meter en dan gaat het weer naar beneden tot 37 meter. In de 5de minuut van de duik start de opstijging en begeleiden zijn buddies hem naar boven. Ze doen een minuut veiligheidstrap op 6 meter en komen dan uit het water. Op dat moment zijn er lichte decoverschijnselen in bovenste ledematen. Het is niet meer politiek correct om van een onverdiende deco te spreken, dus noem ik het graag een onverwachte. Niets in het profiel indiceert een oorzaak van dit ongeval.
    Het apparaat schiet meteen in gang. Water en zuurstof worden aangesleept, en de wal wordt opgeroepen voor instructies voor de caisson.
    Plots worden wij opgeroepen door een schip van de Duitse zeemacht dat een paar honderd meter van ons af ligt : dat zij de duikers van de Duitse ontmijningsdienst zijn, dat zij op oefening zijn, en dat zijn een duikarts én een caisson aan boord hebben.
    Aan de wal zien ze dat helemaal niet zitten en eisen dat we aan land komen om gebruik te maken van de lokale faciliteiten. Er wordt kort ruggenspraak gehouden en men is het er over eens dat snelheid de eerste prioriteit is. Er wordt dan ook beslist om Lars tegen het bevel van de kustwacht (?) in met de snelle zodiac naar het Duitse schip te brengen waar hij na luttele minuten ook arriveert.
    Daar stelt men de verschijnselen vast, doet een checkup en een bloedonderzoek en hij verdwijnt in de caisson voor een korte herdrukking. Nadien blijkt dat dit niet voldoende is en mag hij hun gast blijven tot de avond. Niet geheel tegen zijn zin, want de dokter blijkt een wulpse blondine te zijn die maar 1 patiënt heeft. Er is continu contact met onze boot en een aantal mensen waaronder Pim pendelt met regelmaat over en weer. Wij worden continu up to date gehouden over de situatie en de communicaties errond. Heel open allemaal. Top !
    Wanneer Lars klachtenvrij terug bij ons komt wordt duidelijk dat zijn duikvakantie voorbij is. (Met deze conditie misschien zelfs zijn duikcarriere denk ik dan bij mezelf …)
    Uit dank worden de Duitsers uitgenodigd voor een maaltijd bij ons, en die avond zal een delegatie van een 15-tal militairen de Cdt. Fourcault komen bezichtigen en hun buikje lekker rond eten, met ijsje toe.

    Maar voor ons gaat de dag voorlopig nog even verder.
    Wat was er nu in godsnaam misgelopen met die diepte ?
    De positie van de boei werd gepeild op het moment dat het schip nog net niet of nog maar juist geankerd was. Na het peilen is ons schip in de stroming gaan liggen en lag nu de boei van de Markgraf waar daarnet de boei van de Kronprinz Wilhelm nog lag … We waren stomweg gedropt op de Markgraf, en niet op de Kronprinz ! Surprise !

    Na weeral een heerlijke maaltijd en een suffe deco-namiddag werd er besloten om nog eens op de Kronprinz Wilhelm te duiken. Deze keer op de échte. 🙂

    Om 19:30 laten we de avondschemer achter ons en verkleint de boei boven ons tot een stipje.
    De boeilijn blijkt hier vast te hangen bovenaan het wrak op 18 meter. We lossen de lijn en gaan richting boeg, langzaam afdalend tot goed 30 meter. Het wrak is prachtig, het water helder. Plots zie ik in mijn lamp dat de bodem bij de boeg bezaaid ligt met St.Jacobsschelpen. Stijn en ik zwemmen er meteen naartoe en sprokkelen op 38-39 meter gedurende 3 minuten alles bij mekaar wat in de zakken van onze BCD’s past. SHIT, dat we net nu geen netje bij hebben !
    Na 17 minuten duiktijd zitten we al terug op 28 meter maar begint het reiswekkertje aan mijn linkerpols weer te lawaaien dat er trappen aan zitten komen. We stijgen door tot het 20-meter gebied en blijven daar nog lekker over het wrak grasduinen tot onze computer ons in de 43ste minuut weet te vertellen dat we weer 8 minuten op 3 meter aan onze rekker hebben.
    We verdelen die tijd op 6 en op 3 meter, en worden na 54 zalige duikminuten weer door de zodiac opgevist.
    Kok Werner doet de schelpen in een van de enorme koelkasten en stelt ons een uitgebreide degustatie in het vooruitzicht. Morgen zal hij een speciaal fijn kruidensausje prepareren en zullen we de St-Jacobsvrucht in flinterdunne sneetjes rauw in onze mond laten smelten. Als ik tegenwerp dat ik rauwe seafood niet helemaal zie zitten biedt hij aan om er ook een paar te bakken. ’s Anderendaags zal ik merken dat ze rauw wel 10 keer beter smaken dan gebakken. Hemels gewoon ! Ik neem me voor om nooit nog een St.Jacobsschelp te laten liggen en om ze onder water al op te eten.

    Die avond is er Duitsersfeest. De Minentaucherkompanie overhandigt aan kapitein Pim, uit dank voor de copieuze maaltijd , een fraai wapenschild met hun wapenspreuk : “Nec Aspera terrent”. Wat we voor geen geld vertaald krijgen met onze collectieve intelligentie.
    Reminder aan mezelf : volgende keer minstens 1 latinist in mijn bagage stoppen.

    Het is (té) druk in de salon en buiten is het ferm kloteweer. Ik kruip onder mijn warme wolletje en kijk Sin City in 1 ruk uit. Vettig filmke !

    Mijn oogschelen trekken veel te langzaam open. Het is al woensdag. Verdomme, weer het ontbijt gemist. Gelukkig staat er nog een schoteltje fruit. Ook lekker.
    Het bord tegenover de keuken leert me dat we weer een goedgevulde dag krijgen.

    Om 11 uur is het weer verzamelen geblazen voor een duik op de Brummer, een van de best bewaarde kruisers van 4000 ton.
    We zeilen naar 34 meter en doen een rustige duik. Ook hier is na 14 minuten onze nultijd weer opgesoupeerd. Na 32 minuten op het wrak gaat het weer naar de oppervlakte met 12 minuten op 3 meter op de pjoeter. De zodiac is nog een eind weg met overal boeien boven water en zelf zijn we niet zo ver van de boot af. Ik beslis dan maar om onder water richting boot te zwemmen zoals ik dat in Egypte gewoon ben. Crew niet blij. Het schijnt dat ze met zo’n zodiac de scheidingslijn van je haar ferm in de war kunnen brengen. Tegenpruttelen dat we toch wel 3 meter diep lagen hielp niet : “foei, niet meer doen”.

    Wanneer rond 13 uur het laatste buddypaar weer aan boord is zetten we koers naar de haven van Stromness. We zullen daar afstappen en het stadje eens bezoeken. Ik had nooit gedacht het woord werkelijk nodig te hebben, maar het dorp blijkt heel “pittoresk”. De gemoedelijkheid druipt van de mensen af, en we maken een lekker praatje met twee oude besjes. De obligate panoramische foto’s worden gemaakt, steegjes worden doorkruist, vitrines worden besnuffeld, ijsjes worden aangekocht door suikerbehoeftig vrouwvolk, en in de lokale pub worden onze ponden met graagte ontvangen. Je zou van mij verwachten dat ik op “The Big Boobie Bar” zou afstevenen, maar nee hoor, het werd -what’s in a name- de “Flattie Bar”.

    Steven was zo aardig ons zijn Guiness aan te bieden voor degustatie, maar dat zwart spul blijkt écht niet te zuipen. Naar het schijnt “moet ge dat leren drinken”. Iek ! Nee, doe mij dan maar een lekker grote Miller. Cheers mate ! We worden ten laatste tegen 19 uur terug aan boord verwacht, maar sportief dat we zijn, zijn we daar om 17 uur al terug. We nuttigen een chipske en een nootje en voor we goed weten hoe laat het is zijn alle overblijvende zuipschuiten aan boord en ligt onze drijvende autobus weer op een neuslengte van de Brummer geparkeerd. Met grote meerderheid van stemmen wordt besloten om rond middernacht te verzamelen voor een nachtduik.
    Al wie geen alcool meer in het bloed heeft en zijn ogen nog open kan houden hijst zich in het frisse pak en wipt overboord.
    Het gemis van een grote zak om het van de zeebodem geschraapte eten in te verzamelen nog fris in het achterhoofd, voorzie ik me deze keer van een flink exemplaar. De netzak waar Jean-Pierre zijn pak en botten in bewaart ! Stijn had me eerder die week al laten weten dat hij een krabbetje op zijn tijd best wel graag verorbert en man, heeft hij dat geweten ! Om 00:12 gaan we kopje onder en doen een mooie wrakduik op 34 meter. Na 13 minuutjes begint het gezaag van de computer weer en zoeken we een stuk van het wrak uit waar we ons rond 24 meter kunnen amuseren. En plots stond ze daar. Een flinke noordzeekrab. Geen reus, maar ze zag er wel lekker uit, dus ging ze de zak in. Die van een halve meter verder ook. En de 12 stuks die we in de volgende 10 minuten tegen kwamen ook ! Ik zag dat die dingen naar boven kropen in die zak en gevaarlijk dicht bij mijn handen kwamen. Maar de ideale oplossing hiervoor was rap gevonden. Ik heb de zak aan Stijn gegeven.
    Ik heb er zelf niks van gegeten, maar ik hoop van harte dat ze gesmaakt hebben !
    Deze nachtduik was na 43 minuten gedaan en de 8 minuutjes op 3 meter waren snel voorbij. Onze stach zien vechten met die zak krabben was entertainment genoeg.

    Doodmoe val ik in bed en stel ’s morgens (allee, feitelijk meer ’s middags) vast dat ik niet eens het lampje boven mijn kop het uitgeknipt …

    We zijn al donderdag en het begint te korten. Onze laatste dag op Scapa. Bleit – jank !
    Vandaag mogen de Dresden en de Köln zich aan een bezoekje verwachten.
    Om 12:36 gaan Stijn en ik weer kopje onder en maken een héél mooie duik op de 5600 ton zware kruiser Dresden. We brengen iets meer dan 20 minuten op 30 meter door en passeren de stookruimtes. Er ligt een hele hoop vuurvaste tegels met de letters KMS erop. Da’s vast de binnenbekleding van de gigantische boiler die zo’n stoomaangedreven schip heeft. Een paar meter daar vandaan vinden we heel veel steenkool. Ook hier moeten we na een half uur weer van het wrak weg en mogen we nog eens 10 minuten in het decor gaan hangen.
    Da’s wel een voordeel aan Egypte : als je daar op 3 meter hangt te slingeren, dan zie je tenminste nog wat, maar hier had ik Stijn zijn flessen wel al hélemaal gezien na 5 minuten …
    We noteren 48 minuten in ons logboek en schuiven tevreden aan tafel.

    De laatste duik op Scapa dient zich aan.
    De 150 meter lange Köln ligt op haar stuurboordkant in 36 meter water. We gaan niet volledig zonder spijt kopje onder om 18:36. Gelukkig is dit wrak iets van het beste wat we daar al deden : weinig schade, veel herkenbare structuren, heel helder water, een geschutskoepel met een knoert van een kanon erin, veel en mooie begroeiïng en een plezant diepteprofiel. Maar ook hier moeten we het na 31 minuten voor bekeken houden en onze 12 minuten strafkamp op 3 meter gaan uitzitten. Een schitterende duik ! Maar wel de laatste. Volgens mij denkt op dat moment iedereen “hier moet ik terug naartoe komen”.
    Het logboek wordt voorzien van een kantschrift “Helaas” naast de cijfertjes 36 mtr – 47 min.

    De Cdt. Fourcault crew laat er geen gras over groeien. Terwijl de stuurboordkraan de laatse ploeg op het dek neerzet worden de zodiacs ingehaald en vergrendeld, de noodladder komt binnen, de duikuitrustingen worden vastgesjord, het dek word volledig opgeruimd en alles dat in zwaar weer kan verdwijnen of kapot kan gaan wordt binnen gebracht.
    Het is donderdagavond en voor we het goed beseffen zijn we de Flow al aan het uitvaren om via de Pentland Firth geul de Noordzee op te stomen.

    Er gaat anderhalve dag voorbij. Ik had nog bijna 50 DVD’s bij die ik al lang eens wilde zien, en heb dat aantal toch weer met 6 terug kunnen brengen. Nice !
    Onze reis verloopt voorspoedig en we hebben een rustige vaart. Eten, DVD kijken en slapen wisselen mekaar continu af. De Fourcault kan aan 11 knopen doorlopen en we kijken al uit naar de wrakkenweelde op de Doggersbank.

    Het wordt zaterdag en er wordt, rekening houdend met het tij, een duik gepland rond 18 uur. Het wraksymbooltje op de GPS komt dichterbij, maar de fishfinder pikt niks op, ook niet na het draaien van een paar rondjes. De kentering passeert en teleurgesteld laten we de Doggerbank achter ons. Maar we moeten niet wanhopen : straks is er weer een kentering en kunnen we een prachtige nachtduik doen op een onbekend wrak.

    Maar dit keer zal het geen toerisme zijn, en worden we geacht binnen nultijd te duiken én terug boven te komen via de daallijn. En er zal gebruik moeten gemaakt worden van een reel, een draadhaspel. Het weer is alles behalve ideaal en het briefingblad zegt in grote letters “enkel voor ervaren noordzeeduikers”.

    Er ontstaat enige commotie over het feit dat nogal wat mensen aan boord nog nooit gebruik maakten van zo’n reel. Mijn suggestie om buddyteams te maken bestaande uit een ervaren reel-er en iemand die het nog niet deed lokte van Vic Verlinden en Glenn Tessens onmiddellijk het harde verdict uit “als ge wilt leren duiken moet ge dat niet hier komen doen”. Exit voorstel. SLIK !

    Uiteindelijk hebben de geïnteresseerden (en de mensen die niet ontraden werden om deel te nemen) zich gewoon op het briefingblad gezet en heeft Ronald zich in alle mogelijke bochten gewrongen om acceptabele buddyteams te maken die dikwijls uit 3 mensen moesten bestaan.
    Om 22:21 werden we na een onstuimige zodiacvaart bij zeegang 4 bij de gedregde boei gedropt en mocht ik samen met het immer super-rustige duo Philippe Claes en Marc Druart mee naar beneden. Het zicht was super en het haspel-touwtje werd vastgemaakt aan de dreg. We konden niet zo’n heel groot deel van het wrak bekijken, want binnen nultijd duiken wil op 40 meter toch zeggen dat de pret na 10 minuten weer over is. We hebben onze duik dan afgemaakt en een héél lange veiligheidstrap gedaan. Wink-wink-nudge-nudge.
    Laat jullie niks wijsmaken : dat reelen is kinderspel, en alle kak die er over gemaakt wordt is kouwe kak. Het gaat over een volwassen man die onderwater een touwtje afrolt en terug oprolt. Punt.
    Bij het bovenkomen was de wind nog iets aangetrokken en de terugrit naar het moederschip was nog avontuurlijker dan daarvoor. Dolle pret !
    We loggen onze 9de duik sinds het begin van ons avontuur en schrijven : Noordzee, onbekend wrak maar geen duikboot, 40 meter, 40 minuten.
    Het is intussen weer een flink stuk voorbij middernacht en ons bedje lacht ons weer toe.
    Binnen een paar uur zullen we terug aan de Antwerpse kade liggen en is ons avontuur voorbij.

    Het is zondag rond de middag.
    Mijn vrouw en zoontjes zijn nog maar stipjes, maar wuiven me al toe.
    Weer thuis.

    (Aan alle mensen die héél hard gewerkt hebben om dit allemaal mogelijk te maken : van harte bedankt !)

  • Scapa : the story

    Fiekes reageerde 5 jaar, 9 maanden geleden 36 Leden · 72 Reacties
  • Hans Nuytten

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 09:23

    Hallo SVp,

    Bedankt voor deze mooie story over Scapa Flow.
    Ik heb echt genoten van je schrijverstalent.

    Groeten,
    Hans

  • Luc Dupas

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 09:41

    Een prachtig verhaal van onze “Lenige Koevoet”… bij deze zijn nieuwe totem… 😉

    “Nec Aspera terrent”… letterlijk vertaald is dat “door niks scherps/ergs schrik aangejaagd”… ge moogt dat dan ook vertalen door ‘van geen kleintje vervaard’ of ‘zelfs van SVp gene schrik met of zonder koevoet’…

  • Emmie

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 09:46

    SVp, een geweldig verhaal. Heb er enorm van genoten enne ik wil volgend jaar ook mee…….

  • Toontje

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 10:08

    Ikke ook!
    (wilde dit jaar al mee maar iets te snel op elkaar al die vakanties).
    Maar ik begreep dat ze volgend jaar naar het koude Noorden gaan?

  • stach

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 10:25

    heel leuk geschreven stefan.
    Fotos ben ik in een album^pje aan het gieten en komen er in de loop van volgende week aan.
    Dan kunnen de ik blijf om mijn bed liggen de eerste 3 dagen verstekelingen ook eens zien hoe de zee te keer ging.

    Ook van mij uit een dikke thx naar alle mensen die ook maar een beetje (of heel veel ) geholpen hebben om ons deze zalige reis te bezorgen en ons te laten vertoeven in een 5-strerrennhotel en idem dito duiken.Super gewoon.

    En natuurlijk ook naar Toontje voor de bruikleen van die zalige 2×12 waarmee ik mijn buddy kon ambeteren in de aard van : seg rotzak ,ik had wel nog 20 minuten bodemtijd en ik kom boven met 130 bar.

    ————————————————-

    maar euu er klopt een kleinigheid niet hé stefan 😉 we zijn beter dan je denk hoor in onze afspraken boven water maar ja die alzheimer of was het parkinson (ik vergeet het altijd ) hé.

    Dus om effe het verhaal van de markgraff aan te vullen :

    Ikke als goede buddy wist reeds dat we op het verkeerde scheepsgraf gingen gedropt worden.Dat was ondertussen reeds duidelijk omdat er iemand de duik had afgebroken wegens verkeerd mengsel vooor die diepte.
    Dus buddy !buddy! wat voor mengsel heb jij? ikke,zegt den stefan, ikke heb nen 31%.ach dan is het goed tis niptekes maar moet lukken.
    Ikke zit met nen 27% dus dat komt wel snor.
    Wat spreken we dan af? Op welke diepte wil je afbreken ? aaa euuu rond 40 meter keren we ons kar(vol met krab en schelpen).

    Alée ale zimbabwée wijle weg het groene stoffige sop in.
    Aangezien de aantrekkingskracht op mijn teergeliefde buddy net iets meer invloed heeft dan op mijn gemodelleerd gespierd met 5 kilo verzwaard lichaam was het dus palmen naar beneden want een kanonskogel kan zelf nog zo vlug niet dalen (en hij hield zich nog in).

    Soit ,we zakken en we zakken en we blijven zakken .Ondertussen zie ik die 40 meter op de teller en zit ik op een meter of 2 van stefan.hmmm die zal zich omkeren en het moment dat ik het denk….Boenk recht op het wrak. aaa we zijn er .Ikke gelukkig ,hij ook en wijle weg om er een zalig duikje van te maken.

  • Luc Dupas

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 10:39

    Tja… SVp (en ikke ook een beetje) zijn dan ook perfect gestroomlijnd he… jarenlang verblijf en onderzoek in wind- en watertunnels en vele vele vele honderden duiken hebben ons deze goddelijke stroomlijn opgeleverd… 😉

  • scubaroel

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 11:45

    Die lap text is bijna net zo groot en smakelijk als de biefstukken bij elkaar die jij naar binnen gesmikkeld hebt :-)) Ik heb alweer zin om te gaan!

    Nog even een kleine aanvulling: een paar mensen hadden het geluk om ook de 1e keer al op de Prinz Wilhelm te duiken aangezien deze vergissing snel teruggekoppeld werd!
    Ook hiervoor nog mijn dank…

    En volgend jaar hoorde ik idd iets van Noorwegen-Zweden, ik zou dan toch maar je 7mm pak meenemen. En die overige DVD’s kunnen we dan misschien alsnog zien, als het weer dan iets beter is…. En hopen dat die kok natuurlijk weer mee gaat :-))))

  • StarLight

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 11:51

    was plezant om te lezen, en doet goesting krijgen om er ook eens naartoe te gaan 🙂

    wel lollig dat de CF nog altijd blijft verder varen, is niet kapot te krijgen precies (ken em nog van mijn tijd aan de zeevaartschool he :))

  • LKJM

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 12:10

    Iersie SVp,

    Dat je kon duiken weet ik maar dat je kon schrijven…
    Nog beter dan de echte Clive Cussler.

    Greetz

  • guillmax

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 15:15

    Waar kan ik info krijgen over de volgende trip naar scapa ?
    wanneer? hoelang ? prijs ? hoeveel personen ?….
    Ben wreed geinteresseerd !
    ik heb jouw verhaal, SVp geprint en ingekaderd….:-)

  • N2Junkie

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 16:21

    Prachtig verhaal. Misschien ook interessant om te weten wat daar vroeger zoal gebeurd is. Wel, dat kan je lezen via volgende link : http://www.u47.org/nederlands/u47_sca.asp .

    Jan

  • anemona

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 18:20

    Mooi verhaal…dank je wel !

  • Carl A

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 18:51

    Inderdeeeed, mooi verhaal, goed geschreven, sappig gebracht, leuk gekruid, … meer van dat !

  • SVp

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 18:59

    Pas op, daar is nachten en nachten werk aan hé ! 🙂
    En dan schrijf ik nog foute dingen (bedankt Stach voor de rechtzetting).
    @N2Junkie : de Royal Oak is een oorlogswrak met duikverbod en was dan ook geen onderwerp van de tocht. Relevante historuische info over wat er gebeurde plaatste ik eerder op http://zoekertjes.duiken.be/topicdetail.aspx?id=140961 .

    Allemaal bedankt voor de commentaren !!
    Het doet me veel plezier dat mijn werk geapprecieerd wordt.

    (Oeps, een oorlogsGRAF moet het zijn …)

  • wendy

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 20:10

    knap verhaal,
    elke reis heeft zo zijn story

    waarbij ik natuurlijk NIET wil zeggen dat het verzonnen is (al komt dat na mijn herlezing wel zo over)

    en nu blijft de vraag, wat betekent ‘Nec Aspera terrent’
    groetjes

  • Luc Dupas

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 20:17

    > en nu blijft de vraag, wat betekent ‘Nec Aspera terrent’
    Zie mijn posting van vanmorgen 09u41… 😉

  • wendy

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 20:23

    oeps,
    in’t vervolg alles lezen
    (ik was zo onder de indruk van het hele verhaal,….-))))
    groetjes

  • Werner

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 20:58

    Stefan,als het verhaal (want het is geen reisverslagje meer) in boekvorm zou verschijnen, ik zou het in één ruk uitlezen. subliem!!!

  • Dedjutoch

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 21:21

    En ikke, ik ben weer jaloooooeeeees!

    Zo te lezen een hele ervaring geweest! En… “de herinnering blijft”!

    😉 Eddy

  • htweeo

    Deelnemer
    23 augustus 2006 om 23:55

    super ..heb jouw reisverhaal in een adem uit …
    Die reis had ik ook wel willen meemaken maar met een droogpakje dan.
    En die krabben en coquilles …het water kwam me al in de mond …
    Dikke pluim hoor svp.

    Ga nu toch even kijken voor een hapje en een drankje …

  • SVp

    Deelnemer
    24 augustus 2006 om 00:42

    @wendy
    > waarbij ik natuurlijk NIET wil zeggen dat het verzonnen is (al komt dat na mijn herlezing wel zo over)

    Het is letter voor letter feit en waarheid !
    De helft van het forum is getuige … 🙂

  • GARFIELD

    Deelnemer
    24 augustus 2006 om 06:31

    Stefan ,

    Prachtig geschreven , ik heb er net zoals van je gezelschap enorm van genoten , bedankt vriend

    mvg Ronald

  • wendy

    Deelnemer
    24 augustus 2006 om 07:54

    @ SVp
    misverstandje!!!!!

    ”’waarbij ik natuurlijk NIET wil zeggen dat het verzonnen is (al komt dat na mijn herlezing wel zo over)”’
    is een ‘wijziging’ die ik achteraf heb aangebracht als reactie op MIJN EIGEN zinnetje en niet op jouw prachtig reisverhaal

    héhé, moeilijk hoor – zo vroeg in de ochtend en dan al misverstanden proberen op te lossen -))))
    groetjes

  • botervisje

    Deelnemer
    24 augustus 2006 om 09:53

    gosch……..had er bij willen zijn, met uitzondering van die eerste 2 dagen dan;-)))
    Mooi verhaal!!!!!

  • Mac Viper

    Deelnemer
    24 augustus 2006 om 10:04

    Na even ‘googlen’ vind je verschillende vertalingen voor ‘NEC ASPER TERRENT’
    De meest voorkomende is wel ‘Frightened By No Difficulties’ of
    “Ook het moeilijke schrikt ons niet af”.
    Ik denk dat dit de boodschap wel was van ‘Zie Germans’ op die mijnenveger.
    (SVP inderdaad een mooi verslagske van de trip !!!)

    Duikse Groeten
    Steven

Page 1 of 3

Start of Discussion
0 van 0 berichten Juni 2018
Nu
ajax-loader